menu
10 december 2018

Havana

Marabana. Alleen voor het woord wil je die wedstrijd al lopen toch? Het ritme, de klank, de a’s lekker laten galmen.

MaaraabaanAAAAAA!! Zo klonk het bij de start op 18 november in Havana uit de mond van de Cubaanse speaker. Toen een aantal maanden geleden het plan voor onze Cubareis bijna rond was, vond Jolan een link naar de Marabana, de marathon van Havana. Deelname aan een 21k of 10k bleek eveneens mogelijk. Uiteindelijk verschoven we onze reis met twee weken om aan de 10k deel te nemen. We kregen daarbij het advies om ons ter plaatse in te schrijven.

En zo lopen we de vrijdagochtend voor de wedstrijd over de Malecón naar het luxe, op een kasteel lijkende, hotel National. De kilometerslange boulevard van Havana is vanwege de golven - die over het wegdek slaan die ochtend - afgesloten voor het verkeer. De loopkoorts neemt toe als we onderweg nationale en internationale lopers ontmoeten die allemaal de halve of de hele marathon lopen. Een aantal Cubaanse lopers vraagt of ze na de race onze schoenen krijgen. Voor ik het doorheb heb ik aan drie mensen mijn schoenen beloofd.

In de registratieruimte staat een lange tafel voor de uitgifte van de startnummers met stoeltjes voor degene die op hun beurt moeten wachten. We schuiven samen aan en vernemen dat de prijs voor alle afstanden gelijk is.Tevens blijkt dat het een 21k parcours is met twee rondjes voor de marathon. We kiezen toch voor de halve marathon, want dit evenement willen we helemaal meemaken. In de prijs is een solidariteitsbijdrage versleuteld, want Cubanen onder de dertig jaar doen gratis mee. Na het ondertekenen van drie formulieren (ja,Cubanen houden van administratie) krijgen we onze tassen met de felbegeerde startbewijzen, t-shirts, armbandjes (iedere afstand een eigen kleur) en routekaarten op A3-formaat. Terwijl we naar buiten lopen kijken we elkaar lachenden vertwijfeld aan. We hebben niets van huis meegenomen voor deze afstand en probeer maar eens een gelletje in Havana te vinden.

Bij de inschrijving hoort ook een uitnodiging voor een (pastaparty)lunch op zaterdag. Wij willen dat meemaken, dus in een coco-taxi op naar een sportcentrum waar dit wordt georganiseerd. We komen in een rij met voornamelijk Cubaanse lopers terecht en raken aan de praat met een hele mooie vrouw die ook meedoet aan de 21k. De lunch is in een kantine van het sportcomplex. We krijgen een bakje warme slierten met saus, een zakje limonade en schuiven aan tafel in de kale kantine. De pasta smaakt verrassend goed en we stappen vol optimisme de middagzon weer in.

 

De volgende ochtend is het zover. De eigenaar van onze casa is zo vriendelijk om ons al om half zes ontbijt te serveren. We laten ons de verse vruchten en gebakken eieren goed smaken. Voor alle zekerheid nemen we ieder twee flesjes water mee. Gelukkig heeft Jolan een rolletje Dextro bij zich, dus met de voeding zit het wel snor.

Bij de start voor het Capitolio is het gezellig druk. De zon straalt op de schoon gepoetste oldtimers in de parkeervakken. We sluiten aan in het enige startvak voor alle afstanden en ja hoor, stipt om 7uur klinkt het startschot. We beginnen rustig, lopen eerst een stukje door de oude stad en draaien dan de Malecón op waar hotels, vervallen huizen en woonkazernes uit de jaren ’50 elkaar afwisselen. Vissers op de borstwering kijken om naar het lint van zo’n 6000 lopers dat langs hen snelt. Vijf Ierse toeschouwers juichen als een landgenote langskomt. De temperatuur stijgt naar zo’n dertig graden met een hoge luchtvochtigheid. Er staat geen zuchtje wind. Na negen kilometer draaien we van de zee af en begint het serieuze klimwerk over de heuvels van de stad. We lopen over zesbaans verkeerswegen die in onze richting zijn afgesloten voor het verkeer. Op de andere helft walmen oude dieselmotoren waardoor het op sommige plekken eenvoudiger lijkt om met een Cubaanse sigaar te gaan lopen. We zien jonge Cubaanse lopers op gymschoenen van het model dat ik ooit op gymles aanhad.

De route draait om het sportcomplex waarnaast de Rolling Stones in 2016 optraden. Onze Cubaanse vriendin noemde dat evenement ‘epic’. Onze zorg blijkt onnodig, want de wedstrijdorganisatie is uitstekend. Er zijn twaalf waterposten met flesjes mineraalwater en bij twee krijg je ook een zakje limonade. Jolan slaagt er wonderwel in om een klein gaatje in het plastic te krijgen en van de mierzoete vloeistof te drinken. De mijne geef ik aan kinderen langs de route, ik heb genoeg aan drie dextro'tjes. Over gelletjes hoef ik me dan ook nooit meer zorgen te maken. Wedstrijdofficals staan met clipborden op strategische punten langs de route om je startnummer te noteren.

De laatste kilometers zijn zwaar. We lopen in de volle zon en het blijft heuvelachtig tot de finish. We komen langs de Plaza de la Revolución, waar Fidel zijn urenlange toespraken hield en de roodkopgieren rond de top van het 142 meter hoge stervormige Monumento a José Marti cirkelen. Daarna terug naar finish voor het Capitolio, waar de lopers ijsblokken krijgen uitgedeeld. Vlak na onze finish ontstaat een enorm kabaal want de winnaar van de marathon komt binnen en daar stort de lokale pers zich op. Ik geef mijn loopschoenen aan een Cubaanse jongen die me bedankt met een stralende glimlach en omhooggestoken duim. Over de Prado wandelen we terug naar onze casa en bekijken onderweg het werk van lokale kunstenaars die daar op zondagochtend neerstrijken. De oldtimers zoeven alweer aan weerszijden langs en achter ons wordt de eerste reclameboog afgebroken. We zijn een prachtige ervaring rijker, dit hadden we voor geen goud willen missen.